Klunen

Het is bijzonder boeiend om de afkomst en het gebruik van woorden in een taal te onderzoeken. Vooral met woorden die razendsnel in het hedendaagse taalgebruik worden opgenomen. Dat geldt zeker na de twee laatste Elfstedentochten voor het woord klunen of klunje. Toch blijkt, wanneer men zich wat dieper in deze materie verdiept, dat het gebruik in Friesland van veel oudere datum is dan men over het algemeen denkt. De eerste keer dat het werd gebruikt was volgens de taalkundigen in 1755. De Friese dichter en predikant Jan Althuysen (1715-1763) gebruikte het bij een vertaling van 101 psalmen en de tien geboden. Het woord kluynje voerde hij in bij de vertaling van de 44e psalm en wel in vers 19.

Na 1800 kwam het regelmatig in het taalgebruik in Friesland voor. Waling Dijkstra, redakteur van het Friesch Woordenboek (1900) gebruikte het in tweeƫrlei opzicht. 1. met de schaatsen aan de voeten over het land lopen, waar de (ijs)baan onberijdbaar wordt of niet aansluit met de verder te volgen baan. 2. door de modder (slijk) waden. Dijkstra nam in zijn eerder genoemd boek alleen klunje op. Het woord klune is nauwer verwant met het stadsfries, dat in de grotere steden van de provincie (bijv. Dokkum, Franeker, Sneek en Bolsward) wordt gesproken.
Thans zijn de woorden: klune, klunje en klunderje in het Fries spraakgebruik opgenomen met een identieke betekenis. Professor dr. W.J. Buma, die in het weekblad Frysk en Frij van 27 april 1985 een artikel aan dit onderwerp wijdde, is van mening dat de tweede betekenis zoals Dijkstra die hanteerde de oorspronkelijke is.

De eerste keer dat ik het woord klunen (met een n op het eind, de Hollandse spelling) aantrof was in 1909. De latere winnaar Minne Hoekstra schreef over de tocht van dat jaar een boekje dat bekroond werd. Dat is in 1986 opnieuw uitgegeven als herdruk. Hoekstra gebruikte het bij een onderschrift op bladzijde 43.

Tegenwoordig is de door Dijkstra omschreven definitie niet meer toereikend. De nu volgende definitie dekt het begrip klunje beter. 'Bij sterk ijsmet schaatsen onder voeten over land of op houten plankieren, stro, hooi, nylontapijt etc. lopen, vooral bij wakken en bruggen.'

De bekendste klunplaatsen liggen van oudsher op de route tussen Bolsward en Franeker. Ongetwijfeld speelt het zoute water dat via Harlingen de boezem van Friesland binnenstroomt daarbij een rol van betekenis. De lastigste klunplekken liggen de laatste jaren vooral in: Kimswerd (tussen de 300 en 320 meter), Witmarsum (tussen 280 en 300 meter) en bij Harlingen. Harlingen vormt vanouds een kritiek punt en is met vier tot vijf klunplaatsen een moeilijk te nemen obstakel. In totaal moest er in Harlingen in 1985 en 1986 ongeveer 800 meter gelopen worden. Geen wonder dat deze stad de laatste keer tot 'Kluncity' werd uitgeroepen.

Zelfs in de Engelse taal werd het woord, zij het in iets andere vorm, al gebruikt. Het gezaghebbende weekblad 'Time' van 4 maart 1985 omschreef het als volgt. 'A kluning point: one of a dozen passages wh ere skaters must scramble overland from one canal to another or accross wooden bridges to bypass stretches of thin ice.

Weer of geen weer, Elfstedentocht of niet...kom klunen in Friesland.

Elfstedentocht